De overheid wil tempo maken met verduurzaming. Huurwoningen met een slecht energielabel moeten sneller worden aangepakt en uiterlijk per 1 januari 2029 minimaal label D hebben. Op papier klinkt dat daadkrachtig. In de praktijk voelt het meer als een haastklus zonder gereedschap. Alsof je wordt aangespoord om harder te lopen terwijl je veters nog gestrikt moeten worden.
Volgens Vastgoed Belang is het simpelweg niet realistisch om dit binnen drie jaar voor elkaar te krijgen. Niet omdat verhuurders hun schouders ophalen, maar omdat ze vastlopen op regels die elkaar in de weg zitten. Veel particuliere verhuurders zijn al bezig met isolatie, glas en installaties, maar merken dat goede bedoelingen geen rekening betalen.
Een groot pijnpunt zit in box 3. Particuliere verhuurders mogen verduurzamingskosten niet aftrekken, terwijl bedrijfsmatige verhuurders dat wel mogen. Dezelfde ingreep, compleet andere behandeling. De wet die dit recht moet trekken, de Wet werkelijk rendement box 3, komt op z’n vroegst in 2028. Dat betekent investeren nu en hopen op fiscale verlichting later. Dat is geen beleid, dat is een sprong in het diepe zonder te weten of er water staat.
Vastgoed Belang pleit daarom voor een praktische oplossing via de tegenbewijsregeling. Sta kostenaftrek toe of werk met een vast bedrag of percentage van de huurinkomsten. Niet perfect, wel uitvoerbaar. En uitvoerbaarheid is in dit dossier geen luxe.
Daar bovenop komt de middenhuurregulering. De Wet betaalbare huur knijpt het rendement juist op het moment dat er extra investeringen nodig zijn. In veel gevallen leveren verduurzamingsmaatregelen geen plus op, maar een min. Investeren wordt dan geen logische stap, maar een verplicht verlies. De oproep is om het puntenstelsel aan te passen en woningen met label C of beter meer waardering te geven. Tegelijkertijd zouden de minpunten voor label E, F en G moeten verdwijnen, zeker nu de huidige labelsystematiek waarschijnlijk toch op de schop gaat door Europese regels. Het risico bestaat dat woningen die vandaag netjes worden verduurzaamd, na 2030 alsnog een lager label krijgen. Dat voelt als een spel waarvan de regels onderweg worden herschreven.
Voor appartementen speelt nog een ander probleem. In een vve kan een verhuurder vaak niet eens beginnen. Er is een meerderheid nodig en die is er niet altijd. Soms omdat andere eigenaren tegen zijn, soms omdat ze de kosten niet kunnen dragen. Zelfs als één partij wil en kan, staat het hele proces stil. Tel daarbij op dat huurders moeten instemmen met werkzaamheden en je begrijpt dat de klok sneller tikt dan de voortgang.
Volgens algemeen directeur Edward Touw staat niemand hier tegenover de verduurzaming zelf. Lagere energielasten, meer comfort en minder uitstoot zijn doelen die breed worden gedeeld. Maar een harde deadline zonder fiscale ruimte, zonder realistische regels en zonder oog voor de praktijk werkt averechts. De druk om huurwoningen te verkopen neemt toe. Uitponden dus. En die woningen verdwijnen vervolgens onverduurzaamd naar de koopmarkt.
Het doel is helder en terecht. De route ernaartoe is dat niet. Wie verduurzaming afdwingt zonder randvoorwaarden te regelen, versnelt niets. Die zet vooral vast. En zoals zo vaak bij energiebeleid geldt ook hier: roepen dat het sneller moet is makkelijk. Zorgen dat het kan, dat is het echte werk.
0 comments