In het internationale klimaatakkoord is afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot maximaal twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau. 195 landen hebben het akkoord ondertekend.
Om invulling te geven aan de Nederlandse bijdrage is er een nationaal klimaatakkoord. Daarvan zijn de hoofdlijnen bekend.
Afspraken
Er is afgesproken dat:
De hoofdlijnen en belangrijkste afspraken van het nationale klimaatakkoord worden hieronder per sector in kaart gebracht.
Concreet is daarom afgesproken:
Om de enorme groei van hernieuwbare energie te kunnen bewerkstelligen, moeten er veel nieuwe windmolens komen op zee. Concreet moet ten minste 49 Twh van de hernieuwbare opwekking afkomstig zijn uit nieuwe en bestaande windparken.
Per 2020 zal de overheid gebieden op zee aanwijzen waar nieuwe bouw mogelijk is.
35 Twh van de duurzame elektriciteitsopwekking moet op land worden gerealiseerd. Vooral door middel van windenergie en zonne-energie.
Een secundair doel is om de productiekosten van zonne- en windenergie te reduceren:
Indien nodig kunnen alternatieve instrumenten worden ingezet om investeringszekerheid te waarborgen.
De overheid wil dat er een minimum CO2-tarief komt in Europees en regionaal verband. De minimumprijs is per 2020 vastgesteld op 18 euro per ton CO2. Per 2030 zal dat oplopen tot 43 euro.
7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen moeten de overgang maken naar duurzaam verwarmen, goede isolatie en schone elektriciteit.
De belangrijkste afspraken uit het klimaatakkoord:
De kosten van isolatie en andere duurzame maatregelen moeten sterk omlaag. Subsidies dragen tot 2025 bij aan stimuleren van duurzame warmte in woningen en gebouwen.
De energiebelasting voor gas gaat omhoog en voor elektriciteit omlaag. Op die manier wordt het aantrekkelijker om:
Een auto met dieselmotor stoot gemiddeld 5 procent meer broeikasgassen uit dan een auto met een benzinemotor.
De burger mag echter niet te dupe worden van de energietransitie. Verduurzaamheidsmaatregelen moeten beter betaalbaar worden.
In woningen en andere gebouwen moet er meer gebruik worden gemaakt van aardwarmte en waterwarmte. Dat betekent concreet:
Als aanpak voor de energietransitie binnen de industrie zijn er drie pijlers in het leven geroepen:
De overheid gaat bijdragen om de industriële sector te verduurzamen. Dit gebeurt middels een financiele bijdrage die richting 2030 oploopt naar 550 miljoen tot 1 miljard euro per jaar.
Uiteraard moeten industrieën en bedrijven ook zelf maatregelen in acht nemen en geld investeren om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verlagen.
Opslag van CO2 moet de uitstoot op korte termijn terugbrengen. Dit geldt zeker voor industrieën waar op korte termijn geen haalbare en kosteneffectieve alternatieven zijn.
Daarbij is in het akkoord wel benadrukt dat opslag van CO2 de verduurzaming van de industrie niet in de weg mag zitten.
In de landbouwsector moet er vooral een flinke emissiereductie komen voor methaangas.
Er is afgesproken dat per 2030:
Binnen de veehouderij is methaanemissie het grootste probleem. Door aanpassing van stallen en slimmer om te gaan met mest kan de uitstoot omlaag. Ook opkoop van dierrechten en innovaties moeten bijdragen aan de emissiereductie.
Voor het gebruik van veenweidegebieden komt er een gebiedsspecifieke aanpak waarmee een CO2-reductie van 1 megaton kan worden gerealiseerd.
Ook het vastleggen van organische stof in de bodems, betere bemesting, minder kunstmest en lagere bodemberoering moeten hieraan bijdragen. Tot slot moet er meer duurzaam hout worden gebruikt en moeten de huidige bossen slimmer worden beheerd.
In de landbouwsector moet duurzame energieopwekking worden uitgebreid door gebruik te maken van wind, zone en lokale biomassa. Daarnaast moeten landbouwvoertuigen minder gaan uitstoten door gerichte innovatie op dieselvervangende technieken.
Er komen actieve maatregelen om voedselverspilling bij de consument tegen te gaan en in de consumptie meer gebruik te maken van groente en fruit en minder van vlees.
Aan de sectortafel mobiliteit zijn duidelijke afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren.
Centraal in de vergroening van de mobiliteitssector is de omslag van fossiel naar elektrisch. Personenvervoer, bestelbusjes en vrachtwagens moeten per 2030 emissievrij zijn. Voor zwaar vrachtverkeer moeten er andere oplossingen komen, zoals rijden via grote batterijen of de brandstofcel.
Ook het gebruik van biobrandstoffen moet omhoog. Milieuorganisaties vinden dit echter een onzalig plan.
Om elektrisch rijden te stimuleren, moet de aanschaf van elektrische auto’s goedkoper worden gemaakt, bijvoorbeeld door de bpm en btw te verlagen.
De grote vraag blijft hoe de overheid de gemiste inkomsten aan accijnzen de komende decennia gaat opvangen. Voor vrachtwagens komt er een kilometerheffing. Voor personenauto’s vooralsnog niet.
Maar in het klimaatakkoord wordt er ook op gehamerd op het feit dat we zelf iets kunnen doen om onze eigen CO2-uitstoot te verminderen, zoals het verbeteren van ons rijgedrag en verlagen van de snelheid binnen en buiten de bebouwde kom.
ons bij inhoudelijke vragen over energie of wanneer je suggesties hebt voor onze website.
ons bij inhoudelijke vragen over energie of wanneer je suggesties hebt voor onze website.
Dit is geen bezoekadres, maar ons hoofdkantoor. Wij werken landelijk.
Copyright © 2026 Gelijkvergelijk.nl
Om u de beste ervaring te bieden, gebruiken we technologieën zoals cookies om apparaatinformatie op te slaan en/of te raadplegen. Als u instemt met deze technologieën, kunnen we gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u niet instemt of uw instemming intrekt, kan dit een negatieve invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.