Met opwarming van de aarde wordt verstaan: stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde vanaf de pre-industriƫle periode (19e eeuw).
Volgens metingen steeg de temperatuur op aarde met gemiddeld 0,9 graden in de afgelopen 140 jaar. Het KNMI noteert zelfs een stijging van bijna 2 graden in Nederland tussen 1906 en 2017.
Klimaatwetenschappers zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde sinds halverwege de 20 e eeuw rap is toegenomen. De onderstaande afbeelding laat dat goed zien (bron: Nature Geoscience).
De gele cirkel illustreert de periode waarin de temperatuur voor het eerst ver boven de 14 graden uit is gekomen.
De gemiddelde temperatuur op aarde bedraagt nu ongeveer 14,8 graden.
De gemiddelde temperatuur op aarde wordt veroorzaakt door een toenemende concentratie broeikasgassen in de atmosfeer. Toename van deze gassen in de atmosfeer wordt ook wel het ābroeikaseffectā genoemd.
Het aandeel broeikasgassen in de atmosfeer bedraagt ongeveer 0,4 procent.
Het broeikaseffect an sich is niet slecht of schadelijk. Sterker nog, het is juist heel nuttig, omdat het er voor zorgt dat warmte op aarde behouden blijft. Zonder het broeikaseffect zou het op aarde -19 graden gemiddeld zijn.
Het probleem is dat het broeikaseffect al vele tientallen jaren wordt versterkt: er wordt netto meer warmte vastgehouden (en teruggestuurd naar het aardoppervlak) dan dat de atmosfeer kan ontsnappen. De aarde ontvangt circa 0,3 procent meer energie (warmte) dan dat het afgeeft. Het gevolg is dat de gemiddelde temperatuur langzaam stijgt.
Opwarming van de aarde kent uiteenlopende gevolgen en zijn afhankelijk van waar je je bevindt op aarde. Op veel plaatsen wordt het droger als gevolg van temperatuurstijgingen. In andere gebieden wordt het juist natter.
De meeste klimaatwetenschappers zijn het er over eens dat de mens in grote mate verantwoordelijk is voor de opwarming van de op aarde.
Tot slot speelt ook de bevolkingsgroei een rol: er zijn meer mensen op aarde die gezamenlijk meer broeikasgassen uitstoten.
Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) stijgt de temperatuur op aarde de komende tijd verder door. Een gemiddelde stijging van 1,5 graden wordt, als er niets wordt ondernomen, naar verwachting al binnen 20 jaar bereikt.
Als de uitstoot van broeikasgassen op hetzelfde niveau blijft doorgaan, zal de aarde rond het jaar 2100 zoān 2,6 tot 4,8 graden warmer zijn dan in het jaar 2000.
Internationaal zijn er daarom afspraken gemaakt om de temperatuur van de aarde onder controle te houden en niet verder te laten stijgen dan ruim onder de 2 graden celsius. 1,5 graad stijging is het streven.
Om de opwarming van de aarde te beperken, zijn er meerdere oplossingen.
Deze zijn alleen effectief als ze op grote schaal (mondiaal) worden toegepast:
Zowel de industriesector, transportsector, landbouwsector als de gebouwde omgeving moeten verduurzamen. Dat houdt in:
Door zuiniger om te gaan met grondstoffen, hoeven er minder nieuwe grondstoffen uit de natuur te worden gehaald. Bovendien komt er hierdoor minder CO2 in de atmosfeer terecht.
De veestapel draagt voor een groot deel bij aan de opwarming van de aarde. Bovendien kost de productie van consumptievlees zeer veel water.
Door als consument minder vlees te consumeren daalt de vraag naar vlees. Er worden zodoende minder dieren gefokt wat bijdraagt aan een lagere CO2-uitstoot.
Bomen nemen CO2 op en zetten dit om in zuurstof (O2). Door te stoppen met ontbossing, kan worden voorkomen dat er minder bomen zijn om CO2 op te nemen.
Meer bomen betekent een grotere capaciteit om CO2 op te nemen en om te zetten in zuurstof.